ECLI:NL:CRVB:2010:BO0455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- R. Kooper
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over terugvordering WWB-kosten na uitbetaling verzekeringsgeld aan advocaat
Betrokkene ontving een WWB-uitkering over de periode 29 september 1992 tot en met 31 januari 1993, omdat de verzekeringsmaatschappijen aanvankelijk weigerden schade te vergoeden na brand in zijn café. Later betaalden zij alsnog een schadevergoeding van €136.134,06 aan de advocaat van betrokkene, die daarmee schulden van betrokkene betaalde.
Het College van burgemeester en wethouders van Sittard-Geleen vorderde op grond van de WWB deze kosten terug, omdat betrokkene over deze middelen beschikte. De rechtbank oordeelde dat betrokkene wegens dringende redenen van terugvordering kon worden afgezien, omdat hij zelf niet over het geld beschikte en ernstige psychische en lichamelijke klachten had.
De Centrale Raad van Beroep stelt dat het handelen van de advocaat aan betrokkene moet worden toegerekend en dat betrokkene niet aannemelijk heeft gemaakt waar het geld is besteed. Ook ontbreken objectieve medische gegevens die aantonen dat terugvordering onaanvaardbare gevolgen zou hebben. De Raad vernietigt daarom het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit tot terugvordering wordt gehandhaafd.