ECLI:NL:CRVB:2010:BO0509
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit geen toegenomen arbeidsongeschiktheid bij herziening WAO-uitkering
Appellant, sinds 1987 arbeidsongeschikt en sinds 2003 met een WAO-uitkering van 25-35%, vorderde een herziening van zijn uitkering wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid per 7 maart 2006 en 18 juni 2007. Na medisch onderzoek door verzekeringsarts Krijt en bezwaarverzekeringsarts Hofman, die het rapport van GZ-psycholoog Pellis terzijde schoven vanwege het ontbreken van objectieve onderzoeksbevindingen en diagnose, concludeerde het UWV dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen.
Appellant voerde aan dat Pellis als psycholoog wel degelijk gekwalificeerd was en zijn psychische klachten voldoende had onderbouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad stelde vast dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd volgens geaccepteerde methoden en dat het rapport van Pellis onvoldoende overtuigend was om de conclusie van toegenomen arbeidsongeschiktheid te ondersteunen.
De Raad wees tevens op het rapport van verzekeringsarts Jhagru, waarin het dagelijks functioneren van appellant werd beschreven als redelijk normaal met sociale contacten en activiteiten, hetgeen niet strookt met de gestelde forse psychische klachten. De Raad achtte geen gronden aanwezig om het besluit te herzien en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat er geen sprake is van toegenomen arbeidsongeschiktheid en wijst het beroep van appellant af.