ECLI:NL:CRVB:2010:BO1235
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking ziekengeld na zwangerschapsverlof wegens arbeidsgeschiktheid
Appellante ontving ziekengeld in verband met zwangerschaps- en bevallingsverlof en meldde zich daarna ziek vanwege rug- en buikklachten. Het UWV kende haar een uitkering toe op grond van de Ziektewet. Na onderzoek door een verzekeringsarts werd zij hersteld verklaard en werd het ziekengeld ingetrokken. Appellante maakte bezwaar en voerde aan dat haar klachten werden onderschat, ondersteund door een medisch rapport van een chirurg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en baseerde zich op de bevindingen van de bezwaarverzekeringsarts. In hoger beroep handhaaft appellante haar standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en het UWV dat appellante geschikt is voor haar arbeid als klassenassistent.
De Raad acht het onderzoek zorgvuldig en ziet geen aanleiding om het oordeel te wijzigen, ook niet op basis van het medische rapport van de chirurg. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er is geen grond voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.
De uitspraak is gedaan door A.A.H. Schifferstein en uitgesproken in het openbaar op 20 oktober 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot intrekking van het ziekengeld wordt bevestigd.