ECLI:NL:CRVB:2010:BO1247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.M. Tason Avila
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor huurschuld wegens ontbreken zeer dringende redenen
Appellante verzocht bijzondere bijstand voor een huurschuld van €3.200 bij woningstichting Eigen Haard, welke door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam werd afgewezen. Het bezwaar hiertegen werd eveneens ongegrond verklaard, omdat volgens het gemeentebeleid bijzondere bijstand alleen kan worden verleend bij bedreigende schulden, zoals dreigende huisuitzetting, en appellante geen bewijs had geleverd van een dergelijke situatie.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, mede omdat zij twee keer €1.600 van haar broer had geleend om de huurschuld te voldoen, waardoor geen sprake meer was van een bedreigende huurschuld. In hoger beroep voerde appellante aan dat er sprake was van een serieus dreigende ontruiming, maar de Raad oordeelde dat dit niet voldoende was onderbouwd met een vonnis of aanzegging.
De Raad overwoog dat op grond van artikel 13 lid 1 sub f WWB Pro geen recht op bijstand bestaat indien iemand beschikt over middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, hetgeen hier het geval was. De uitzondering voor zeer dringende redenen uit artikel 49 lid 1 sub b WWB Pro was niet van toepassing omdat geen sprake was van een bedreigende schuldsituatie. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en het hoger beroep afgewezen.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor de huurschuld wordt afgewezen wegens ontbreken van zeer dringende redenen.