ECLI:NL:CRVB:2010:BO1293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.A.H. Schifferstein
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel korting uitkering wegens niet verschijnen bij verzekeringsarts
Appellante is door het UWV een maatregel opgelegd van 10% korting op haar Ziektewetuitkering omdat zij op 2 december 2008 niet is verschenen op het spreekuur van de verzekeringsarts. Deze maatregel werd opgelegd voor de periode van 2 december 2008 tot en met 2 februari 2009. Appellante gaf aan de afspraak te zijn vergeten vanwege diverse privéomstandigheden, maar bracht geen medische gegevens in die het ontbreken van verwijtbaarheid konden onderbouwen.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellante tegen deze maatregel ongegrond, stellende dat de omstandigheden niet zodanig waren dat verwijtbaarheid ontbrak of dat er dringende redenen waren om af te zien van de maatregel. In hoger beroep herhaalde appellante haar eerdere argumenten en stelde dat het opleggen van de maatregel onrechtvaardig was omdat het haar eerste overtreding betrof.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante niet heeft betwist dat zij niet is verschenen en dat dit handelen in strijd is met artikel 28, eerste lid, van de Ziektewet. Het UWV was verplicht een maatregel op te leggen tenzij elke vorm van verwijtbaarheid ontbrak. De Raad stelt vast dat appellante de afspraak simpelweg was vergeten en geen medische gronden heeft aangevoerd die verwijtbaarheid uitsluiten. Daarom bevestigt de Raad de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
De Raad ziet geen aanleiding om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De uitspraak werd gedaan door A.A.H. Schifferstein op 20 oktober 2010.
Uitkomst: De maatregel van 10% korting op de Ziektewetuitkering wegens niet verschijnen bij de verzekeringsarts wordt bevestigd.