ECLI:NL:CRVB:2010:BO1586
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Terugvordering teveel ontvangen WAO-uitkering zonder dringende reden afgewezen
Appellante ontving ten onrechte een hogere WAO-uitkering dan waarop zij recht had door een administratieve fout van het UWV. Dit leidde tot een terugvorderingsbesluit van ruim €14.000 over de periode april 2002 tot augustus 2007.
Het UWV verklaarde het bezwaar tegen dit besluit ongegrond, stellende dat de verjaringstermijn niet van toepassing was en er geen dringende reden was om van terugvordering af te zien. De rechtbank vernietigde dit besluit deels vanwege het niet in acht nemen van de verjaringstermijn en beval een nieuw besluit.
In hoger beroep stelt appellante dat het terugvorderen onterecht is vanwege de fout van het UWV. De Raad overweegt dat terugvordering van onverschuldigde betalingen wettelijk verplicht is, tenzij sprake is van een dringende reden, namelijk onaanvaardbaarheid van de gevolgen voor de verzekerde.
De Raad concludeert dat appellante geen dringende reden heeft aangevoerd en bevestigt het terugvorderingsbedrag van €12.769,57. Wel is de aflossingscapaciteit vastgesteld op nihil, zodat appellante voorlopig niets hoeft terug te betalen. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; terugvordering van €12.769,57 bevestigd zonder kwijtschelding wegens ontbreken dringende reden.