ECLI:NL:CRVB:2010:BO1794
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens weigering algemeen geaccepteerde arbeid
Appellant ontving een bijstandsuitkering en werd geconfronteerd met een verlaging van zijn uitkering wegens het weigeren van algemeen geaccepteerde arbeid. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht had de bijstand over april 2007 en vanaf september 2007 met 100% verlaagd, omdat appellant een aanbod voor werk bij een bedrijf had geweigerd.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat appellant zijn verplichtingen niet was nagekomen en dat het College terecht de uitkering had verlaagd. Appellant stelde in hoger beroep dat hij het werk niet had kunnen accepteren omdat hij niet de kans had gekregen om het aanbod te aanvaarden.
De Raad oordeelde dat tijdens een gesprek op 15 augustus 2007 appellant een concreet werkaanbod was gedaan, inclusief uitleg over het werk, werktijden, locatie, een voorbeeldarbeidscontract en een folder. Appellant weigerde het aanbod, en hoewel het gesprek in een onplezierige sfeer eindigde, was er geen reden om te twijfelen aan de juistheid van het rapport dat het werk was geweigerd.
De Raad concludeerde dat appellant het werk niet had aanvaard en dat er geen sprake was van het ontbreken van verwijtbaarheid. Daarom was het College op grond van de WWB verplicht de bijstand te verlagen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering wegens weigering van algemeen geaccepteerde arbeid wordt bevestigd.