ECLI:NL:CRVB:2010:BO1813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stellen aanvraag bijstand wegens ontbreken gevraagde stukken
Appellant had een aanvraag voor algemene bijstand ingediend bij het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam. Het College stelde de aanvraag buiten behandeling omdat appellant niet binnen de verlengde hersteltermijn de gevraagde bankafschriften over de periode van 21 februari 2007 tot en met 21 mei 2007 had ingeleverd. Appellant had telefonisch gemeld dat hij kopieën had opgevraagd bij de bank, maar deze niet ingezonden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad overwoog dat het College terecht de bankafschriften over de drie maanden voorafgaand aan de aanvraag als noodzakelijke bescheiden had aangemerkt, waarover appellant redelijkerwijs de beschikking had kunnen krijgen.
De Raad vond dat het College bevoegd was de aanvraag buiten behandeling te stellen en dat appellant geen gegronde redenen had aangevoerd om dit oordeel te wijzigen. De omstandigheid dat appellant later bij een nieuwe aanvraag wel de bankafschriften had ingeleverd, deed hieraan niet af. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag bijstand werd terecht buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig overleggen van bankafschriften.