ECLI:NL:CRVB:2010:BO2845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Stam
- C.P.M. van de Kerkhof
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WAO-uitkering per 19 juni 2006 te beëindigen wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank Leeuwarden vernietigde het besluit vanwege schending van het hoor en wederhoor, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep betwistte appellante dat haar medische beperkingen juist waren ingeschat en voerde zij aan dat bepaalde functies ongeschikt waren verklaard en daarom niet als grondslag mochten dienen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV bevoegd is om functies die eerder als ongeschikt waren beoordeeld toch te gebruiken bij een latere beoordeling, mede vanwege de dynamiek van het Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS) en mogelijke verbetering van de gezondheid van de verzekerde. De Raad volgde het advies van de deskundige en de bezwaararbeidsdeskundige die overtuigend hadden aangetoond dat de belastbaarheid van appellante niet werd overschreden door de kenmerkende belasting van de functies.
De Raad verwierp het beroep van appellante en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een kostenveroordeling. Hiermee blijft de intrekking van de WAO-uitkering in stand.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsdeskundige voldoende heeft aangetoond dat de belastbaarheid van appellante de kenmerkende belasting van de functies niet overtreft.