ECLI:NL:CRVB:2010:BO3241
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WIA-uitkering en ongegrond verklaring beroep tegen gewijzigd besluit
Appellant, werkzaam als horecamedewerker, viel op 3 augustus 2004 uit wegens psychische klachten. Op 6 december 2007 werd vastgesteld dat hij vanaf 1 augustus 2006 recht had op een WGA-uitkering met een verlies aan verdiencapaciteit van 50,32%. De werkgever maakte bezwaar tegen dit besluit, waarna bij besluit van 11 juni 2007 het bezwaar werd gegrond verklaard en de uitkering per 1 augustus 2006 werd ingetrokken, gebaseerd op een beoordeling dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat zijn psychische beperkingen, waaronder paniekstoornis met agorafobie en een gemengde persoonlijkheidsstoornis, onderschat waren. Hij voerde aan niet fulltime te kunnen werken vanwege stressgevoeligheid. De Raad overwoog dat het besluit van 11 juni 2007 in strijd was met artikel 117 van Pro de Wet WIA, omdat intrekking niet eerder dan zes weken na bekendmaking van het bezwaarbeleid kan plaatsvinden. Daarom werd het intrekkingsbesluit gewijzigd met ingang van 23 juli 2007.
De Raad vernietigde het besluit van 11 juni 2007 en verklaarde het beroep daartegen gegrond. Het beroep tegen het gewijzigde besluit van 30 juni 2010 werd ongegrond verklaard omdat op grond van medische rapportages en arbeidsdeskundige beoordelingen was vastgesteld dat appellant in staat was om passende functies te verrichten. Het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten van appellant en moest het betaalde griffierecht vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen het gewijzigde intrekkingsbesluit wordt ongegrond verklaard; het oorspronkelijke intrekkingsbesluit wordt vernietigd.