ECLI:NL:CRVB:2010:BO3251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing
Appellant, die sinds 2002 een WAO-uitkering ontvangt vanwege klachten na een val, maakte bezwaar tegen de herziening van zijn uitkering waarbij de mate van arbeidsongeschiktheid werd verlaagd van 55-65% naar 35-45%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, onder meer over tegenstrijdige medische rapporten en onvoldoende arbeidskundige toelichting bij de voorgestelde functies.
De Raad oordeelde dat het UWV pas in hoger beroep met een voldoende onderbouwd arbeidskundig rapport kwam, waarin duidelijk werd dat de functies passend waren bij de belastbaarheid van appellant. Hierdoor werd het bestreden besluit vernietigd en het beroep gegrond verklaard.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende arbeidskundige onderbouwing.