ECLI:NL:CRVB:2010:BO3264

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-1744 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging herziening WAO-uitkering na medische en arbeidskundige beoordeling

Appellant stelde hoger beroep in tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering te herzien van 80-100% naar 35-45% arbeidsongeschiktheid per 2 februari 2009. Het bezwaar van appellant werd door het UWV ongegrond verklaard en de rechtbank verklaarde het beroep eveneens ongegrond.

In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV zijn medische beperkingen onderschatte. De Raad oordeelde echter dat de bezwaarverzekeringsarts overtuigend had gemotiveerd welke beperkingen noodzakelijk waren in verband met de knieklachten, mede op basis van informatie van de behandelende orthopeed. Appellant overlegde geen aanvullende medische gegevens die een andere beoordeling rechtvaardigden.

De Raad achtte de medische grondslag van het besluit juist en vond ook de arbeidskundige beoordeling, die uitging van geschikte functies met een verlies aan verdiencapaciteit van 35-45%, juist. Daarom werd de aangevallen uitspraak bevestigd en werden geen proceskosten toegewezen.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid.

Uitspraak

10/1744 WAO
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Breda van 29 januari 2010, 09/2536 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 5 november 2010
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 24 september 2010. Appellant is in persoon verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door J.B. Snoek.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Bij besluit van 1 december 2008 heeft het Uwv de uitkering van appellant ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), welke werd berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, met ingang van 2 februari 2009 herzien naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%.
1.2. Appellant heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij besluit van 4 mei 2009 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv dit bezwaar ongegrond verklaard.
1.3. Het bestreden besluit berust op het standpunt dat appellant op 2 februari 2009, de in geding zijnde datum, weliswaar beperkingen ondervond bij het verrichten van arbeid, maar dat hij met inachtneming van die beperkingen geschikt was voor werkzaamheden verbonden aan de door de (bezwaar)arbeidsdeskundige geselecteerde functies. De bezwaararbeidsdeskundige heeft, naar aanleiding van de door de bezwaarverzekeringsarts aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst, de geduide functies opnieuw beoordeeld waarbij een van de functies is komen te vervallen. Vergelijking van de loonwaarde van de middelste van de drie overgebleven functies met de hoogste lonen met het voor hem geldende maatmaninkomen resulteert volgens het Uwv in een verlies aan verdiencapaciteit van 35 tot 45%.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit onderschreven.
3.1. In hoger beroep heeft appellant zijn beroepsgrond herhaald dat het Uwv zijn medische beperkingen onderschat.
3.2. Met de rechtbank ziet de Raad geen reden om de beoordeling door en de conclusies van de (bezwaar)verzekeringsarts in twijfel te trekken. De bezwaarverzekeringsarts heeft overtuigend gemotiveerd welke beperkingen in verband met de knieklachten nodig waren. Bij zijn oordeelsvorming heeft de bezwaarverzekeringsarts de beschikking gehad over de informatie van de appellant behandelende orthopeed. De Raad kan zich vinden in het rapport van de bezwaarverzekeringsarts van 20 april 2009. In hoger beroep heeft appellant geen medische informatie overgelegd waaruit blijkt dat voor appellant andere dan wel verdergaande beperkingen hadden moeten worden aangenomen. Aan de eigen mening van appellant met betrekking tot zijn gezondheidstoestand kan de Raad dan ook niet dat gewicht toekennen dat appellant daaraan gehecht wil zien.
3.3. Aldus ervan uitgaande dat de medische grondslag van het bestreden besluit juist is te achten, heeft de Raad evenmin grond om de arbeidskundige grondslag niet als juist te aanvaarden.
4. Het vorenstaande betekent dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam, in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 november 2010.
(get.) R.C. Stam.
(get.) M.A. van Amerongen.
NW