ECLI:NL:CRVB:2010:BO3285

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-4788 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA)
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen de intrekking van haar WIA-uitkering door het UWV, omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% zou zijn vastgesteld. De rechtbank Roermond verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV.

In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen waren onderschat en dat een urenbeperking geïndiceerd was. Zij overlegde aanvullende medische informatie en betwistte de geschiktheid van de functies die haar waren toegewezen. De Centrale Raad van Beroep heeft echter geoordeeld dat de medische en arbeidskundige gegevens volledig en juist zijn, en dat er geen aanwijzingen zijn om de vastgestelde beperkingen te betwijfelen.

De Raad concludeerde dat de medische informatie betrekking had op een datum na 1 september 2000 en geen bewijs leverde dat appellante om medische redenen minder uren was gaan werken per die datum. Ook achtte de Raad de functies medisch geschikt. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de WIA-uitkering bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WIA-uitkering bevestigd.

Uitspraak

09/4788 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellante] wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van 21 juli 2009, 09/200 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 5 november 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. F. Reith, werkzaam bij Klaverblad Rechtsbijstand Stichting te Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Namens appellante zijn aanvullende stukken ingediend, waarop het Uwv heeft gereageerd.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 maart 2010, waar appellante is verschenen bijgestaan door mr. Reith, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L.H.J. Ambrosius.
De Raad heeft de behandeling geschorst teneinde appellante in de gelegenheid te stellen nadere stukken aan het Uwv te doen toekomen.
Namens appellante zijn vervolgens stukken ingediend, waarop het Uwv heeft gereageerd.
Op de zitting van de Raad van 24 september 2010 is het geding wederom ter behandeling aan de orde gesteld. Appellante en haar gemachtigde zijn met voorafgaande kennisgeving niet verschenen. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. Ambrosius.
II. OVERWEGINGEN
1. Het beroep van appellante is gericht tegen het besluit van 28 januari 2009 (hierna: bestreden besluit), waarbij het Uwv heeft gehandhaafd zijn ter uitvoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) genomen besluit van
24 november 2008. Daarbij is bepaald dat dat WIA-uitkering van appellante met ingang van 25 januari 2009 wordt ingetrokken omdat de mate van arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.
2. De rechtbank heeft het beroep van appellante ongegrond verklaard. De rechtbank kan zich blijkens de overwegingen van de aangevallen uitspraak verenigen met de medische en arbeidskundige grondslag van het bestreden besluit.
3. In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat haar medische beperkingen zijn onderschat en dat een urenbeperking is geïndiceerd. Ter ondersteuning hiervan is informatie van haar behandelaars overgelegd. Appellante heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat zij om medische redenen minder uren is gaan werken en ter onderbouwing zijn stukken van de Stichting Overige Activiteiten Werkvoorziening en AMG arbo management groep en een als bijlage bijgevoegde medische bijlage verstrekt. Ten slotte is de medische geschiktheid van de geduide functies bestreden.
4. De Raad overweegt het volgende.
4.1. De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank met betrekking tot het onderzoek en de conclusies van de (bezwaar)verzekeringsartsen en ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de bij appellante vastgestelde beperkingen. De Raad neemt hierbij in aanmerking dat alle informatie van de behandelaars kenbaar is meegewogen en dat in bezwaar de Functionele Mogelijkhedenlijst is aangepast. Ook is door de bezwaarverzekeringsarts afdoende gemotiveerd waarom geen urenbeperking is aangenomen. Het standpunt van appellante dat zij om medische redenen minder is gaan werken, onderschrijft de Raad niet, nu de Raad met het Uwv vaststelt, dat de verstrekte medische informatie ziet op een datum na 1 september 2000. Deze medische gegevens geven geen uitsluitsel over de redenen om per 1 september 2000 de arbeidstijd terug te brengen.
4.2. De Raad heeft, uitgaande van de juistheid van de vastgestelde belastbaarheid, geen aanknopingspunten om ervan te uit te gaan dat de in aanmerking genomen functies in medisch opzicht niet geschikt zijn voor appellante.
4.3. Uit het vorenstaande volgt dat het hoger beroep van appellante niet slaagt en dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door R.C. Stam in tegenwoordigheid van M.A. van Amerongen als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 5 november 2010.
(get.) R.C. Stam.
(get.) M.A. van Amerongen.
CVG