ECLI:NL:CRVB:2010:BO3352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening ANW-uitkering met terugwerkende kracht wegens schending inlichtingenplicht
Appellante ontving een nabestaandenuitkering (ANW) die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) werd herzien nadat zij niet tijdig had gemeld dat zij sinds augustus 2007 een WW-uitkering ontving. De Svb stelde het inkomen van appellante vanaf die datum op nihil en vorderde het te veel betaalde bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij haar inlichtingenplicht had geschonden. In hoger beroep voerde appellante aan dat zij wel aan haar plicht had voldaan en dat herziening met volledige terugwerkende kracht onredelijk was.
De Raad overwoog dat artikel 34 van Pro de ANW herziening bij onjuiste of te hoge uitkering voorschrijft, waarbij rekening wordt gehouden met rechtszekerheid en het vertrouwensbeginsel. De Svb hanteert een consistent beleid dat terugwerkende kracht beperkt toepast als de betrokkene zijn verplichtingen nakomt en niet kon onderkennen dat de uitkering onjuist was.
De Raad concludeerde dat appellante redelijkerwijs had moeten begrijpen dat haar WW-inkomen invloed had op haar ANW-uitkering en dat het beleid van de Svb juist en consistent was toegepast. Er waren geen ongeschreven rechtsregels die herziening met terugwerkende kracht verhinderden. Het hoger beroep faalde, en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: De herziening van de ANW-uitkering met terugwerkende kracht wordt bevestigd vanwege schending van de inlichtingenplicht.