ECLI:NL:CRVB:2010:BO3631
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herziening WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Appellante, werkzaam als cateringmedewerkster, meldde zich in mei 2001 ziek met psychische klachten, later aangevuld met zwangerschaps- en rugklachten. Zij kreeg een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 80-100%, die in 2003 werd ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% werd geacht. Na een nieuwe ziekmelding in december 2005 met diverse klachten, werd haar in juni 2007 een WAO-uitkering toegekend met een arbeidsongeschiktheid van 15-25% vanaf januari 2006.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat zij volledig arbeidsongeschikt was vanwege de klachten en borstkanker die in 2007 was vastgesteld maar volgens haar al eerder beperkingen gaf. De bezwaarverzekeringsarts onderzocht de medische gegevens en concludeerde dat er geen objectieve medische grondslag was voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid per de ingangsdatum.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische beoordeling. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak, oordeelt dat de medische beperkingen zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) juist zijn en dat de geduide functies passend zijn. De Raad ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het beroep en handhaaft de WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 15-25%.