ECLI:NL:CRVB:2010:BO3792

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
3 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-2023 INBURG
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • G.M.T. Berkel-Kikkert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 AwbArt. 6:11 AwbArt. 6:24 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens niet-tijdig ingediend beroepschrift

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, waarbij het beroepschrift op 2 april 2010 werd ontvangen, terwijl de beroepstermijn was verstreken op 30 januari 2010. Appellante voerde aan dat zij de uitspraak pas op 23 februari 2010 ontving vanwege een foutieve verzending naar een verkeerd postbusadres.

De Raad onderzocht de verzending en ontvangst van de uitspraak via Track & Trace en constateerde dat de uitspraak op 18 december 2009 correct was verzonden naar de juiste postbus van het advocatenkantoor van de gemachtigde van appellante. De aangetekende brief was echter niet afgehaald en werd op 19 februari 2010 retour afzender gezonden.

De Raad concludeerde dat de beroepstermijn was verstreken en dat er geen sprake was van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het niet afhalen van de aangetekende post kwam voor risico van appellante. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard zonder inhoudelijke beoordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening van het beroepschrift zonder verschoonbare termijnoverschrijding.

Uitspraak

10/2023 INBURG
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 16 december 2009, 09/2451 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam.
Datum uitspraak: 3 november 2010
I. PROCESVERLOOP
Mr. N. Aydogan-Kütük heeft als gemachtigde van appellante hoger beroep ingesteld tegen een door de rechtbank Rotterdam op 16 december 2009 tussen partijen gegeven uitspraak.
Op deze uitspraak staat vermeld dat deze op 18 december 2009 in afschrift aan partijen is toegezonden.
Het beroepschrift is op 2 april 2010 per fax ter griffie ontvangen.
II. OVERWEGINGEN
Volgens artikel 6:24 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met de artikelen 6:7, 6:8, 6:9 en 6:11 van die wet geldt het volgende.
De termijn voor het indienen van een beroepschrift bedraagt zes weken. Deze termijn gaat in op de dag na die waarop de aangevallen uitspraak door middel van de toezending van een afschrift aan partijen is bekendgemaakt.
Een beroepschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen.
Op grond van de in rubriek I vermelde gegevens moet worden geoordeeld dat het beroepschrift niet tijdig is ingediend.
Ten aanzien van een na afloop van de beroepstermijn ingediend beroepschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
In het beroepschrift van 2 april 2010 geeft de gemachtigde van appellante te kennen de aangevallen uitspraak pas op 23 februari 2010 te hebben ontvangen nadat de uitspraak retour was gekomen bij de rechtbank te Rotterdam als gevolg van het feit dat de uitspraak naar een verkeerd postbusadres is gezonden.
Bij brief van 8 april 2010 is aan de rechtbank gevraagd naar welk adres de aangevallen uitspraak is verzonden en is gevraagd om een kopie van het verzend- en ontvangstbewijs.
Bij faxbericht van 27 mei 2010 is van de zijde van de rechtbank geantwoord dat adres en datum op de brieven staan vermeld en dat de op de brief vermelde datum ook altijd de verzendatum is. Op 7 juli 2010 heeft de rechtbank de originele enveloppe toegestuurd.
Vervolgens heeft de Raad onderzoek gedaan via het systeem Track & Trace van TPG-Post.
Uit de adressering van de brief en uit de gegevens van Track & Trace blijkt dat de aangevallen uitspraak op 18 december 2009 is verzonden, op 19 december is gesorteerd in het sorteercentrum en dat een afhaalbericht van aangetekende post is afgeleverd op 21 december 2009 in postbus 25003, 3001 HA te Rotterdam. Aangezien dit de postbus is van het advocatenkantoor, waartoe gemachtigde van appellante behoort, heeft verzending naar het juiste adres plaatsgevonden. Uit de gegevens van Track & Trace en uit de enveloppe blijkt dat de aangetekende brief vervolgens niet is afgehaald en op 19 februari 2010 retour afzender is verzonden. De TPG-sticker op de enveloppe vermeldt het retouradres van de rechtbank en niet - zoals de gemachtigde van appellante veronderstelt - het adres van de gemachtigde zelf. Op 22 februari 2010 is de aangetekende brief van 18 december 2009 door de rechtbank retour ontvangen.
De Raad concludeert uit deze feiten dat de aangevallen uitspraak op 18 december 2009 bekend is gemaakt, zodat de beroepstermijn op 30 januari 2010 was verstreken. Het beroepschrift is buiten deze termijn ingediend en de Raad is niet gebleken van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het niet afhalen van aangetekende post door de gemachtigde van appellante komt voor risico van appellant.
Het hoger beroep is derhalve kennelijk niet-ontvankelijk, zodat zonder verder onderzoek wordt beslist zoals hierna in rubriek III is aangegeven.
Voor een proceskostenveroordeling ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 3 november 2010.
(get.) G.M.T. Berkel-Kikkert.
(get.) E. Blijleven-de Vries.
Tegen deze uitspraak kunnen de belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van dit afschrift schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT.
De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.
IJ