ECLI:NL:CRVB:2010:BO3796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- H.C.P. Venema
- N.M. van Waterschoot
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder bijzondere omstandigheden
Appellante voerde samen met de heer A. een gezamenlijke huishouding, maar dit werd niet gemeld aan het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Zwolle. Hierdoor werd ten onrechte bijstand verleend aan A. als alleenstaande, terwijl gezinsbijstand had moeten worden verleend.
Het College vorderde de ten onrechte betaalde bijstand terug van zowel A. als appellante, op grond van artikel 59, tweede lid, van de WWB. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het College bevoegd was tot terugvordering en dat er geen bijzondere of dringende omstandigheden zijn die een uitzondering rechtvaardigen. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank en bevestigt de uitspraak, waarmee het hoger beroep wordt verworpen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand van appellante wegens gezamenlijke huishouding zonder bijzondere omstandigheden.