ECLI:NL:CRVB:2010:BO4169
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen weigering ziektewetuitkering wegens termijnoverschrijding
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om geen ziekengeld meer toe te kennen vanaf 23 februari 2009. Dit bezwaar werd echter ingediend na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn van twee weken. Het UWV verklaarde het bezwaar daarom niet-ontvankelijk.
De rechtbank had dit besluit bevestigd en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep oordeelde de Centrale Raad van Beroep dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was. De bezwaarverzekeringsarts had vastgesteld dat appellant lichamelijk en psychisch in staat was het bezwaar tijdig in te dienen, en ook de medische stukken die appellant in hoger beroep overlegde, boden geen aanleiding tot een ander oordeel.
Verder overwoog de Raad dat, zelfs indien appellant niet in staat was geweest zelf bezwaar te maken, er geen reden was waarom een derde namens hem tijdig bezwaar had kunnen indienen. Afspraken met familie over postbehandeling waren onvoldoende nagekomen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het besluit tot weigering van de ziektewetuitkering wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.