ECLI:NL:CRVB:2010:BO4282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld na herstelverklaring en medisch onderzoek
Appellant, voorheen schoonmaker, meldde zich in 1999 ziek met HIV-gerelateerde klachten en ontving sindsdien een WAO-uitkering. Na een ziekmelding in 2006 met vermoeidheids- en psychische klachten, concludeerde medisch onderzoek in 2007 dat er geen duidelijke toename van klachten was en verklaarde appellant hersteld voor de geselecteerde functies. Het Uwv beëindigde daarop het recht op ziekengeld per 30 oktober 2007, wat door appellant werd aangevochten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het besluit gebaseerd was op een deugdelijke medische grondslag en dat het opvragen van informatie bij de behandelend psychiater niet noodzakelijk was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen en dat het Uwv contact had moeten opnemen met zijn psychiater.
De Raad oordeelde dat onder “zijn arbeid” ten minste één van de in het kader van de WAO geselecteerde functies wordt verstaan en dat het medisch onderzoek door de bezwaarverzekeringsarts zorgvuldig en voldoende was. Er was geen aanleiding om de behandelend psychiater te raadplegen, mede omdat geen medische informatie werd overgelegd die het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts zou ondermijnen. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het recht op ziekengeld van appellant is per 30 oktober 2007 beëindigd wegens herstel voor ten minste één van de geselecteerde functies.