ECLI:NL:CRVB:2010:BO4286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering Ziektewetuitkering
Appellant was in dienst bij een werkgever op basis van een projectovereenkomst en meldde zich ziek. Het UWV weigerde aanvankelijk een Ziektewetuitkering toe te kennen omdat de werkgever tijdens ziekte verplicht was loon door te betalen. Na bezwaar werd appellant alsnog met terugwerkende kracht vanaf de datum van einde dienstverband in aanmerking gebracht voor een Ziektewetuitkering.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat het geschil over loondoorbetaling tot het domein van de kantonrechter behoort. Appellant stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de overwegingen van de rechtbank en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring. Tevens wees de Raad het verzoek tot vergoeding van advocaatkosten af, omdat appellant het bezwaar zelf had ingediend en de advocaat zich niet als gemachtigde in de bezwaarprocedure had gesteld.
De Raad zag geen grond voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en bevestigde de aangevallen uitspraak in het openbaar op 17 november 2010.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt bevestigd.