ECLI:NL:CRVB:2010:BO4300
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van het besluit tot herziening van WAO-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek
Appellant, arbeidsongeschikt sinds 1999 vanwege rugklachten, kreeg in 2008 een besluit van het UWV waarbij zijn WAO-uitkering werd ingetrokken wegens vermindering van arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. Na bezwaar stelde het UWV de uitkering vast op 15-25% arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op een zorgvuldige medische en arbeidskundige beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onvoldoende was, met name dat psychische beperkingen niet adequaat waren onderzocht en dat een onafhankelijke deskundige benoemd moest worden.
De Raad overwoog dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen die ook psychische aspecten beoordeelden, en dat er geen aanwijzingen waren voor zwaardere beperkingen dan vastgesteld. De door appellant aangevoerde verwijzing naar de curatieve sector was niet relevant omdat deze niet leidde tot nieuwe medische inzichten.
De Raad bevestigde dat de functies waarop de arbeidsongeschiktheid werd gebaseerd medisch geschikt waren en zag geen reden om de uitspraak van de rechtbank te wijzigen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt bevestigd.