ECLI:NL:CRVB:2010:BO4307
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing en heropening WAO-uitkering wegens verblijfstitel
Appellant ontving een WAO-uitkering die per 1 februari 2005 werd geschorst omdat hij vanaf die datum niet verzekerd was voor de sociale werknemersverzekeringswetten. Het bezwaar tegen deze schorsing werd niet-ontvankelijk verklaard en het beroep ongegrond verklaard. Vervolgens trok het UWV de uitkering met ingang van 1 februari 2005 in, maar handhaafde deze intrekking niet bij besluit van maart 2006.
In juli 2007 heropende het UWV de uitkering met ingang van 8 mei 2006 nadat was vastgesteld dat appellant vanaf die datum rechtmatig in Nederland verbleef op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Het bezwaar tegen deze heropening werd ongegrond verklaard omdat appellant niet had aangetoond dat hij ook in de periode van 1 februari 2005 tot 8 mei 2006 verzekerd was.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van januari 2008 ongegrond. De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat het UWV terecht de betaling van de WAO-uitkering niet eerder dan 8 mei 2006 heeft hervat, omdat appellant pas vanaf die datum een verblijfsstatus had die recht gaf op verzekering. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAO-uitkering terecht pas vanaf 8 mei 2006 is hervat vanwege het rechtmatig verblijf van appellant vanaf die datum.