ECLI:NL:CRVB:2010:BO4309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekkingsbesluit WAO-uitkering wegens schending goede procesorde
Appellante, sinds 1998 arbeidsongeschikt verklaard met een WAO-uitkering, kreeg deze in 2008 herbeoordeeld. Op basis van een functionele mogelijkhedenlijst en arbeidskundig onderzoek werd haar arbeidsongeschiktheid teruggebracht tot minder dan 15%, waarna haar uitkering per 17 februari 2009 werd ingetrokken. Appellante maakte bezwaar en stelde dat de gehanteerde functies ongeschikt waren vanwege haar beperkingen.
De rechtbank vernietigde het bezwaarbesluit omdat de motivering pas in de beroepsfase was aangevuld, maar handhaafde de rechtsgevolgen. In hoger beroep stelde appellante dat een laat ingediend rapport van een bezwaararbeidsdeskundige niet had mogen worden meegewogen. De Raad oordeelde dat dit rapport weliswaar laat was ingediend, maar dat de rechtbank het recht had dit mee te wegen, hoewel appellante onvoldoende gelegenheid had gekregen om inhoudelijk te reageren.
De Raad vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank en beoordeelde zelf het geschil inhoudelijk. Het verzekeringsgeneeskundig onderzoek werd als zorgvuldig beoordeeld. De Raad onderschreef de conclusies van de bezwaararbeidsdeskundigen dat appellante bepaalde functies kon vervullen. Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering werd vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. Het Uwv werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.