ECLI:NL:CRVB:2010:BO4343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens niet meewerken aan re-integratievoorziening
Appellant ontving bijstand en kreeg deze met 100% verlaagd gedurende één maand omdat hij zonder toestemming op vakantie ging en daardoor zijn verplichtingen bij het re-integratiebedrijf niet nakwam. Het College van B&W van Amsterdam stelde dat dit zeer ernstig tekortschieten oplevert in de medewerking aan een WWB-voorziening.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook in hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat de verlaging terecht is. De duur van de vakantie is niet maatgevend; het gaat om het feit dat appellant zonder toestemming vertrok en daarna niet meer terugkeerde bij het re-integratiebedrijf.
De Raad stelt dat er sprake is van verwijtbaarheid en dat de verlaging in overeenstemming is met de Afstemmingsverordening WWB. Er is geen reden om de verlaging te matigen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 100% gedurende één maand wordt bevestigd wegens zeer ernstig tekortschieten in medewerking.