ECLI:NL:CRVB:2010:BO4948

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-2644 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot vergoeding van wettelijke rente over na te betalen uitkering door Uwv

In deze zaak heeft appellante, vertegenwoordigd door mr. D. Grégoire, hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht. De rechtbank had op 23 april 2009 een uitspraak gedaan in een geschil tussen appellante en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) over een WIA-uitkering. Op 29 september 2010 heeft het Uwv een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, waarbij het aan het bezwaar van appellante tegemoet is gekomen. Vervolgens heeft appellante op 6 oktober 2010 het hoger beroep ingetrokken, maar verzocht om het Uwv te veroordelen in de proceskosten en tot betaling van wettelijke rente over de na te betalen uitkering.

De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het Uwv met de beslissing op bezwaar aan het bezwaar van appellante is tegemoetgekomen. De Raad heeft de relevante artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in overweging genomen, die bepalen dat het bestuursorgaan kan worden veroordeeld tot vergoeding van schade en kosten in geval van intrekking van het beroep. De Raad heeft het verzoek van appellante om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering toegewezen. De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak van 1 november 1995 voor de wijze waarop de wettelijke rente dient te worden berekend.

Daarnaast heeft de Raad de proceskosten van appellante in zowel de beroeps- als de hoger beroepsfase vastgesteld. De kosten voor verleende rechtsbijstand in beroep zijn begroot op € 644,-- en in hoger beroep op € 322,--. De Raad heeft het Uwv veroordeeld tot vergoeding van deze kosten aan de griffier van de Raad. De uitspraak is openbaar gedaan op 24 november 2010.

Uitspraak

09/2644 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van de Beroepswet in verband met de hoger beroepen van:
[appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
tegen de uitspraak van de rechtbank Maastricht van 23 april 2009, 08/990 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellante
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv)
Datum uitspraak: 24 november 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. D. Grégoire, advocaat te Beek, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 29 september 2010 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 6 oktober 2010 heeft mr. Grégoire namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en betaling van wettelijke rente.
Het Uwv heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.
II. OVERWEGINGEN
Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het Uwv met de beslissing op bezwaar van 29 september 2010 aan het bezwaar van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad wijst het verzoek van appellante toe om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering. Wat betreft de wijze waarop het Uwv de aan appellante verschuldigde wettelijke rente over die na te betalen uitkering dient te berekenen, verwijst de Raad naar zijn uitspraak van 1 november 1995, LJN ZB1495.
Aangezien het Uwv reeds heeft besloten over vergoeding van gemaakte kosten in de bezwaarfase staat de Raad nog ter beoordeling de kosten die appellante in verband met de behandeling van beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op
€ 644,-- voor verleende rechtsbijstand in beroep en € 322,-- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt het Uwv tot vergoeding van de renteschade als in rubriek II van deze uitspraak is aangegeven;
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante in beroep tot een bedrag van € 644,--;
Veroordeelt het Uwv in de proceskosten van appellante in hoger beroep tot een bedrag van € 322,-- te betalen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 november 2010.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) M. Mostert.
GdJ