ECLI:NL:CRVB:2010:BO4948
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot vergoeding van wettelijke rente over na te betalen uitkering door Uwv
In deze zaak heeft appellante, vertegenwoordigd door mr. D. Grégoire, hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht. De rechtbank had op 23 april 2009 een uitspraak gedaan in een geschil tussen appellante en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) over een WIA-uitkering. Op 29 september 2010 heeft het Uwv een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, waarbij het aan het bezwaar van appellante tegemoet is gekomen. Vervolgens heeft appellante op 6 oktober 2010 het hoger beroep ingetrokken, maar verzocht om het Uwv te veroordelen in de proceskosten en tot betaling van wettelijke rente over de na te betalen uitkering.
De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat het Uwv met de beslissing op bezwaar aan het bezwaar van appellante is tegemoetgekomen. De Raad heeft de relevante artikelen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in overweging genomen, die bepalen dat het bestuursorgaan kan worden veroordeeld tot vergoeding van schade en kosten in geval van intrekking van het beroep. De Raad heeft het verzoek van appellante om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van de wettelijke rente over de na te betalen uitkering toegewezen. De Raad verwijst naar een eerdere uitspraak van 1 november 1995 voor de wijze waarop de wettelijke rente dient te worden berekend.
Daarnaast heeft de Raad de proceskosten van appellante in zowel de beroeps- als de hoger beroepsfase vastgesteld. De kosten voor verleende rechtsbijstand in beroep zijn begroot op € 644,-- en in hoger beroep op € 322,--. De Raad heeft het Uwv veroordeeld tot vergoeding van deze kosten aan de griffier van de Raad. De uitspraak is openbaar gedaan op 24 november 2010.