ECLI:NL:CRVB:2010:BO7210
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ziekengeld wegens niet-tijdige ziekmelding
Appellant, voormalig teamleider in de verslavingszorg, ontving een WW-uitkering vanaf juni 2005 en diende werkbriefjes in tot maart 2007. Na een administratieve controle gaf appellant aan zich al in oktober 2005 ziek te hebben gemeld, maar formeel meldde hij zich pas in april 2007 ziek. Een verzekeringsarts achtte appellant arbeidsongeschikt vanaf april 2007, maar niet voor de periode augustus 2005 tot april 2007.
Het UWV wees een verzoek tot ziekengeld vanaf augustus 2005 af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens schending van de hoorplicht, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat geen twijfel bestond over de medische conclusies.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en hecht waarde aan het rapport van de verzekeringsarts. Er is geen bewijs dat appellant zich tijdig ziek heeft gemeld, waardoor de medische beoordeling pas achteraf kon plaatsvinden. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van ziekengeld wegens het ontbreken van een tijdige ziekmelding.