ECLI:NL:CRVB:2010:BO7495
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering in te trekken op grond van een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%. Het UWV baseerde dit besluit op medische en arbeidskundige rapporten waarin werd vastgesteld dat appellant vanwege chronische aspecifieke lage rugklachten en psychosociale spanningsklachten beperkt is in zijn belastbaarheid, maar niet volledig arbeidsongeschikt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat het besluit van het UWV een deugdelijke medische en arbeidskundige grondslag had. In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn psychische beperkingen door het UWV en de rechtbank onvoldoende waren meegewogen, verwijzend naar een verklaring van zijn behandelend psychiater Van Loon.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische informatie van de psychiater geen aanleiding gaf om de vastgestelde belastbaarheid te herzien. De bezwaarverzekeringsarts had de medische gegevens zorgvuldig beoordeeld en geen reden gezien de beperkingen anders in te schatten. De Raad bevestigde dat appellant geschikt was voor de maatgevende functies en dat het beroep ongegrond was. De intrekking van de WAO-uitkering blijft daarmee in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering omdat appellant minder dan 15% arbeidsongeschikt is.