ECLI:NL:CRVB:2010:BO7513
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken procesbelang bij WIA-uitkeringsgeschil
Appellant meldde zich op 24 november 2006 ziek als constructiebankwerker en kreeg op 28 oktober 2008 een besluit van het UWV dat hij geen recht had op een WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar en het UWV handhaafde het besluit, waarna appellant beroep instelde bij de rechtbank Arnhem. De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering van de geschiktheid van functies.
Tijdens de hoger beroepsprocedure nam het UWV op 11 maart 2010 een nieuw besluit waarin appellant alsnog recht kreeg op een loongerelateerde WGA-uitkering gebaseerd op 80-100% arbeidsongeschiktheid met ingang van 21 november 2008. Hierdoor kwam het procesbelang van appellant voor het hoger beroep te vervallen.
De Raad overwoog dat het resultaat dat appellant nastreefde met het hoger beroep geen feitelijke betekenis meer had voor de datum in geschil en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken van procesbelang. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het betaalde griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na een nieuw besluit van het UWV.