ECLI:NL:CRVB:2010:BO7519
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- C.P.M. van de Kerkhof
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtmatigheid korting en terugvordering WAO-uitkering bij middeling inkomsten
Appellant ontvangt sinds 1998 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 80 tot 100%. Het UWV heeft de uitkering per 28 mei 2007 gekort naar een percentage van 65 tot 80%, op grond van artikel 44 van Pro de WAO, vanwege door appellant genoten inkomsten uit arbeid. Tevens heeft het UWV de onverschuldigd betaalde uitkering teruggevorderd.
Appellant stelde in hoger beroep dat het UWV artikel 44 WAO Pro onjuist had toegepast, met name de wijze van berekening van de inkomsten. Het UWV hanteerde een methode waarbij de wisselende inkomsten van appellant over een periode van 26 weken werden gemidddeld, een methode die na bezwaar van appellant was ingevoerd en consistent is toegepast.
De Raad oordeelt dat deze berekeningswijze redelijk en rechtmatig is, mede omdat appellant hiervan op de hoogte was en geen bezwaar meer maakte. Ook de terugvordering van de onverschuldigd betaalde uitkering is terecht, aangezien geen dringende redenen zijn aangevoerd om daarvan af te zien. De aangevallen uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de rechtmatigheid van de korting en terugvordering van de WAO-uitkering door het UWV.