ECLI:NL:CRVB:2010:BO7528
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering wegens juiste vaststelling arbeidsongeschiktheid
Appellante, die uitviel door een hersenbloeding, kreeg van het UWV geen WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Het UWV baseerde dit op medische en arbeidskundige rapporten, waaronder een Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, maar in hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het UWV pas in hoger beroep een correcte FML heeft opgesteld. De Raad vond het bestreden besluit onvoldoende gemotiveerd en vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank.
De Raad oordeelde dat de vastgestelde medische beperkingen in de FML juist zijn en dat de voorgestelde functies medisch geschikt zijn voor appellante. Omdat appellante terecht minder dan 35% arbeidsongeschikt is geacht, blijven de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en de kosten van de door appellante ingeschakelde psychiater.
Uitkomst: Het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak worden vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.