ECLI:NL:CRVB:2010:BO7570
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking Ziektewet-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant, voormalig WAO-uitkeringsgerechtigde, meldde zich in februari 2008 ziek vanuit een WW-situatie en kreeg daarop ziekengeld toegekend. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek besloot het UWV op 29 mei 2008 dat appellant vanaf 5 juni 2008 geen recht meer had op een Ziektewet-uitkering. Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar en door de rechtbank Utrecht.
Appellant voerde aan dat er ten onrechte geen hoorzitting had plaatsgevonden en dat hij niet kon reageren op het rapport van de bezwaarverzekeringsarts. Ook stelde hij dat zijn klachten en beperkingen onderschat waren. De rechtbank verwierp deze grieven met verwijzing naar de relevante wetsartikelen.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank. De Raad vindt het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en ziet geen aanleiding voor nader psychiatrisch onderzoek, mede omdat de klachten vooral sociale problematiek betreffen. De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de Ziektewet-uitkering bevestigd.