ECLI:NL:CRVB:2010:BO7570

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
15 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-5897 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 72d ZWArt. 7:9 AwbArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging intrekking Ziektewet-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek

Appellant, voormalig WAO-uitkeringsgerechtigde, meldde zich in februari 2008 ziek vanuit een WW-situatie en kreeg daarop ziekengeld toegekend. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek besloot het UWV op 29 mei 2008 dat appellant vanaf 5 juni 2008 geen recht meer had op een Ziektewet-uitkering. Dit besluit werd bevestigd bij bezwaar en door de rechtbank Utrecht.

Appellant voerde aan dat er ten onrechte geen hoorzitting had plaatsgevonden en dat hij niet kon reageren op het rapport van de bezwaarverzekeringsarts. Ook stelde hij dat zijn klachten en beperkingen onderschat waren. De rechtbank verwierp deze grieven met verwijzing naar de relevante wetsartikelen.

De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank. De Raad vindt het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig en ziet geen aanleiding voor nader psychiatrisch onderzoek, mede omdat de klachten vooral sociale problematiek betreffen. De Raad bevestigt het bestreden besluit en wijst het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de Ziektewet-uitkering bevestigd.

Uitspraak

09/5897 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Utrecht van 14 september 2009, 08/2078 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 15 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. E.D.B. Groeneweg, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 november 2010.
Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. Groeneweg.
Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door A.M.M. Schalkwijk.
II. OVERWEGINGEN
1.1. De aan appellant toegekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), laatstelijk berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, is met ingang van 22 november 2006 ingetrokken, omdat appellant niet langer arbeidsongeschikt werd geacht in de zin van de WAO. Het terzake afgegeven besluit op bezwaar van 30 januari 2007 staat in rechte vast.
1.2. Appellant heeft zich op 20 februari 2008 vanuit een uitkeringssituatie ingevolge de Werkloosheidswet ziek gemeld. Naar aanleiding hiervan is aan appellant ziekengeld toegekend.
2. Bij besluit van 29 mei 2008 is aan appellant, na verzekeringsgeneeskundig onderzoek, meegedeeld dat hij met ingang van 5 juni 2008 geen recht meer heeft op uitkering ingevolge de Ziektewet (ZW).
3. Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 29 mei 2008 is bij besluit van 9 juli 2008 (het bestreden besluit) ongegrond verklaard.
4. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De grief van appellant, dat ten onrechte geen hoorzitting heeft plaats gevonden en dat hij niet in de gelegenheid is gesteld te reageren op de rapportage van de bezwaarverzekeringsarts heeft de rechtbank met verwijzing naar artikel 72d van de ZW respectievelijk artikel 7:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) verworpen. Naar het oordeel van de rechtbank kan verder niet worden gezegd dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet of vanwege taalproblemen niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft plaatsgevonden. Ook zag de rechtbank geen grond voor appellants standpunt dat de bezwaarverzekeringsarts zijn fysieke en psychische klachten en daaruit voortvloeiende beperkingen op de datum 5 juni 2008 heeft onderschat.
5.1. De Raad verenigt zich met het oordeel van de rechtbank, hetgeen impliceert dat ook de Raad de besluitvorming van het Uwv in overeenstemming acht met artikel 72d van de ZW en artikel 7:9 van Pro de Awb.
5.2. Naar het oordeel van de Raad geven de door de verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts uitgebrachte rapporten blijk van een voldoende zorgvuldig onderzoek. De bezwaarverzekeringsarts heeft verder kennis genomen van de - ook nog in beroep - overgelegde informatie van de behandelend sector, maar daarin geen reden gezien om voor appellant ernstiger lichamelijke en/of geestelijke beperkingen aan te nemen. De Raad acht deze conclusie verantwoord en ziet in de in hoger beroep nog ingebrachte medische gegevens, welke geen betrekking hebben op de datum in geding, geen reden om de conclusie van de bezwaarverzekeringsarts niet te onderschrijven. Gelet op het door de bezwaarverzekeringsarts op 4 juli 2008 uitgebrachte rapport, waaruit blijkt dat bij appellant geen sprake is van evidente psychische stoornissen maar dat het voornamelijk gaat om sociale problematiek, ziet de Raad geen reden voor een nader psychiatrisch onderzoek.
6. Uit hetgeen onder 5.1 en 5.2 is overwogen volgt dat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.
7. De Raad acht geen gronden aanwezig voor een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst, in tegenwoordigheid van T.J. van der Torn als griffier. De beslissing is, uitgesproken in het openbaar op 15 december 2010.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) T.J. van der Torn.
EK