ECLI:NL:CRVB:2010:BO7577
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking ziekengeld wegens herstel arbeidsongeschiktheid
Appellant had een uitkering op grond van de WAO, die door het UWV per 3 mei 2006 werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar en eerdere procedures werd appellant ziek gemeld onder de Werkloosheidswet en kreeg hij een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 31 maart 2008, omdat appellant niet langer ongeschikt werd geacht tot het verrichten van zijn arbeid.
De rechtbank Almelo verklaarde het bezwaar ongegrond en bevestigde dat de medische situatie van appellant sinds de laatste WAO-beoordeling niet wezenlijk was gewijzigd. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel en verwierp het beroep van appellant, ondanks nieuw ingediende medische informatie, waaronder een verslag van een revalidatiecentrum dat lijdensdruk meldde maar benadrukte dat appellant moest leren omgaan met zijn klachten.
Ook een verwijzingsbrief van de huisarts, waarin de psychische en lichamelijke situatie als zorgelijk werd omschreven, leidde niet tot een ander oordeel. De Raad stelde dat een eventuele verslechtering buiten beschouwing moest blijven. De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van het ziekengeld wordt bevestigd.