ECLI:NL:CRVB:2010:BO7644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering en beëindiging recht op ziekengeld na detentie
Appellant ontving sinds 1998 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2006 werd de uitkering verlaagd en in 2007 ingetrokken vanwege detentie. Na vrijlating vroeg appellant heropening van de uitkering, maar het UWV handhaafde de eerdere besluiten na medisch en arbeidskundig onderzoek.
Appellant voerde aan dat zijn beperkingen waren toegenomen, ondersteund door medische verklaringen van een psychiater, huisarts en orthopedisch chirurg. De bezwaarverzekeringsartsen concludeerden echter dat er geen medische gronden waren om af te wijken van het eerdere oordeel, mede omdat de beperkingen al in de Functionele Mogelijkheden Lijst waren verwerkt.
De rechtbank verklaarde de beroepen van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraken. De Raad vond het medisch onderzoek zorgvuldig en zag geen aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen van de bezwaarverzekeringsartsen. Het recht op ziekengeld werd beëindigd omdat appellant volgens het medisch oordeel hersteld was voor de geselecteerde functies.
De Raad overwoog dat het recht op ziekengeld volgens vaste jurisprudentie betrekking heeft op de laatstelijk feitelijk verrichte arbeid, met uitzondering van gevallen waarin gangbare arbeid als maatstaf geldt. De medische informatie van appellant bood onvoldoende aanknopingspunten om het standpunt van het UWV te wijzigen.
De uitspraak werd gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 15 december 2010 en bevestigt de eerdere besluiten van het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering en het beëindigen van het recht op ziekengeld.