ECLI:NL:CRVB:2010:BO7888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- C. van Viegenen
- H.C. Cusell
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak over correctie- en boetenota’s premies werknemersverzekeringen
Appellante, een vennootschap onder firma, maakte bezwaar tegen correctie- en boetenota’s van het UWV over de jaren 2002 tot en met 2004, gebaseerd op premies werknemersverzekeringen die volgens het UWV onterecht niet waren afgedragen voor derden die in dienstbetrekking stonden tot appellante.
De rechtbank Haarlem vernietigde eerdere besluiten van het UWV wegens procedurele fouten en onjuiste aannames over de aard van de arbeidsverhoudingen. Na hernieuwde vaststellingen stelde het UWV de correctie- en boetenota’s opnieuw vast, waarbij 50% van de aan derden in rekening gebrachte bedragen als loon werd aangemerkt.
Appellante stelde in hoger beroep dat bepaalde looncomponenten, zoals opslag voor breukschade, garantiewerk, meerwerk en verzekeringskosten, ten onrechte niet in mindering waren gebracht en dat het maximum premieloon niet was toegepast. De Raad oordeelde dat deze componenten niet onder de uitzonderingen van de Coördinatiewet Sociale Verzekering vallen en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat verzekeringskosten daadwerkelijk waren gemaakt en verdisconteerd.
Verder verwierp de Raad het beroep op het maximum premieloon vanwege het ontbreken van een deugdelijke loonadministratie en het niet aannemelijk maken van het aantal loondagen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak dat de correctie- en boetenota’s terecht zijn vastgesteld en verklaart het hoger beroep ongegrond.