ECLI:NL:CRVB:2010:BO7958
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- R. Kooper
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit vaststelling WW-dagloon bij beëindiging dienstverband en ZW-uitkering
Betrokkene ontving een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65-80% en werkte op basis van een tijdelijke arbeidsovereenkomst tot zijn ziekmelding in augustus 2005. Na beëindiging van zijn dienstverband in februari 2006 en het stoppen van zijn ZW-uitkering in augustus 2007, vroeg hij een WW-uitkering aan. Appellant stelde het WW-dagloon vast op basis van artikel 13 van Pro het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen, afgeleid van het WAO-vervolgdagloon.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, omdat de werkloosheid niet was ontstaan door een afschatting voor de WAO maar door beëindiging van dienstverband en ZW-uitkering. Appellant stelde in hoger beroep dat artikel 13 niet Pro beperkt is tot werkloosheid door afschatting en dat de systematiek van WW aanvullend is op WAO-uitkering.
De Centrale Raad oordeelde dat artikel 13 ook Pro van toepassing is in deze situatie, omdat het niet beperkt is tot werkloosheid door afschatting, en dat de vaststelling van het WW-dagloon door evenredige vermindering van het WAO-vervolgdagloon correct was. Het beroep tegen het nieuwe besluit van appellant werd ongegrond verklaard. Appellant werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 27 januari 2009 wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.