ECLI:NL:CRVB:2010:BO7966
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellant, laatstelijk werkzaam als voltijds productiechef, viel in 1997 uit wegens rugklachten en ontving vanaf 1998 een WAO-uitkering. Na onderzoek herzag het UWV in 2008 de uitkering naar een hogere mate van arbeidsongeschiktheid van 55 tot 65%. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit.
In de bezwaarprocedure voerde een bezwaarverzekeringsarts een medisch onderzoek uit en concludeerde dat de belastbaarheid zoals vastgesteld in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van mei 2008 juist was. De bezwaararbeidsdeskundige beoordeelde de geduide functies opnieuw en vond dat ondanks het vervallen van één functie er voldoende geschikte functies overbleven, met een verlies aan verdiencapaciteit van ruim 63%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de functies medisch passend waren. In hoger beroep herhaalde appellant zijn bezwaren, maar de Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde het bestreden besluit. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar 55-65% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.