ECLI:NL:CRVB:2010:BO8285
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ontheffing sollicitatieplicht en hernieuwde beoordeling verplichtingen WWB
Appellant, een bijstandsgerechtigde sinds 1983, werd op medische gronden ontheven van arbeidsverplichtingen onder de ABW en later de WWB. Het College stelde dat ontheffing van de verplichting onder artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, van de WWB niet mogelijk was en verklaarde het bezwaar tegen een besluit tot tijdelijke ontheffing van de sollicitatieplicht niet-ontvankelijk.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat geen expliciet verzoek tot vrijstelling was gedaan en dat de mededeling van het College geen rechtsgevolg had. In hoger beroep oordeelt de Raad dat het College onterecht stelt dat ontheffing van de verplichting onder artikel 9, eerste lid, aanhef en onder b, niet mogelijk is. De Raad benadrukt dat een individuele beoordeling vereist is om te bepalen of dringende redenen ontheffing rechtvaardigen.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het College wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Awb en bepaalt dat het College een nieuw besluit op bezwaar moet nemen. Tevens veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van de door appellant gemaakte reiskosten en het betaalde griffierecht. De Raad benadrukt dat bijstandsverlening gericht is op arbeidsinschakeling en dat ontheffing van arbeidsverplichtingen niet voor onbepaalde tijd kan worden verleend.
Uitkomst: Het besluit van het College wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen met individuele beoordeling van ontheffingen.