ECLI:NL:CRVB:2010:BO8581
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G. van der Wiel
- C.W.J. Schoor
- N.J.E.G. Cremers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en juiste inkomensvaststelling
Appellant, een vrachtwagenchauffeur die in 2004 uitviel door een hersen- en hartinfarct, verzocht in 2005 om een WIA-uitkering. Het UWV weigerde deze in 2007 omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt was. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen dit besluit.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep ongegrond en onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit. Ook oordeelde de rechtbank dat het maatmaninkomen juist was vastgesteld, ondanks betwisting door appellant. Appellant stelde in hoger beroep dat hij niet door een Nederlandse arts had mogen worden gekeurd en dat de inkomensberekening onjuist was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV conform Europees recht de mate van invaliditeit zelf mag vaststellen zonder eerst een onderzoek door het orgaan van de woonplaats te vragen. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van de eerdere medische beoordeling en bevestigde dat het maatmaninkomen terecht was vastgesteld op basis van juiste en hogere inkomensgegevens dan appellant had aangevoerd.
Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.