ECLI:NL:CRVB:2010:BO8884
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot terugdraaien hersteldbeslissing WAO-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant was sinds 10 augustus 1998 arbeidsongeschikt verklaard en ontving een WAO-uitkering. Na een periode van werkhervatting werd deze uitkering per 17 september 2001 ingetrokken omdat appellant fulltime werkte en het verlies aan verdiencapaciteit minder dan 15% bedroeg. In 2003 werd de WAO-uitkering weer toegekend nadat appellant zijn werkzaamheden had gestaakt.
In 2008 verzocht appellant het UWV om de hersteldbeslissing van 2002 terug te draaien, stellende dat de medische inzichten destijds onjuist waren, met name vanwege een niet onderkende stoornis in het autistisch spectrum. Het UWV wees dit verzoek af omdat er geen sprake was van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden die het besluit konden rechtvaardigen.
De rechtbank onderschreef dit standpunt en ook in hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat het verzoek niet kon slagen. De Raad overwoog dat het oorspronkelijke besluit juridisch onaantastbaar was geworden en dat de medische gegevens niet als nieuwe feiten konden worden aangemerkt omdat het besluit enkel op arbeidskundige gronden was gebaseerd. Ook werd benadrukt dat het verzoek onvoldoende onderbouwd was met betrekking tot het verlies aan verdiencapaciteit.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht het verzoek had afgewezen en bevestigde de aangevallen uitspraak. Er werd geen aanleiding gezien om bijzondere omstandigheden in aanmerking te nemen of de procedure te schorsen.
Uitkomst: Het verzoek tot terugdraaien van de hersteldbeslissing van het UWV wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.