Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2010:BO8953

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
24 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/6481 WAO + 09/6482 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • C.W.J. Schoor
  • G.J.H. Doornewaard
  • M.S.E. Wulffraat-van Dijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:88 AwbArt. 21 BeroepswetArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek om herziening in WAO-uitspraak wegens ontbreken nieuwe feiten

Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een eerdere WAO-uitspraak, stellende dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet naar behoren was uitgevoerd en dat nieuwe feiten en omstandigheden daartoe aanleiding gaven.

De Raad overwoog dat een herzieningsprocedure op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht alleen kan leiden tot herziening indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren. Verzoeker kon echter geen nieuwe medische informatie overleggen die voor de eerdere uitspraak niet bekend was.

Daarom concludeerde de Raad dat de hernieuwde discussie over de verzekeringsgeneeskundige beoordeling niet mogelijk was binnen deze procedure en wees het verzoek om herziening af. Tevens werd geen grond gezien voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.

De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 december 2010.

Uitkomst: Het verzoek om herziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.

Uitspraak

09/6481 WAO en 09/6482 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet op het verzoek om herziening van:
[verzoeker], wonende te [woonplaats] (hierna: verzoeker),
van de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 20 november 2009, 09/2844 en 09/4392 (hierna: bestreden uitspraak),
in het geding in hoger beroep tussen:
verzoeker
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 24 december 2010
I. PROCESVERLOOP
Namens verzoeker heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, verzocht om herziening.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 2 december 2010, waar namens verzoeker is verschenen mr. De Jonge. Het Uwv heeft zich met voorafgaand bericht niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
1. Verzoeker heeft verzocht om “herziening op grond van evidente onjuistheid, foutieve uitleg van de eigen jurisprudentie, op grond van nieuwe feiten en omstandigheden alsmede op grond van artikel 8:88 vanwege Pro het niet kunnen uitoefenen van bij wet gegeven bevoegdheden”. Verzoeker is van mening dat zijn aanspraken bij de bestreden uitspraak niet naar behoren zijn erkend. Gelet op het verzoekschrift en het verhandelde ter zitting komt het standpunt van verzoeker - samengevat weergegeven - erop neer dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek niet naar behoren heeft plaatsgevonden en dat dit pas duidelijk is geworden nadat de Raad in hoger beroep de bestreden uitspraak heeft gedaan.
2.1. De Raad stelt vast dat het standpunt van verzoeker er in feite op neerkomt dat hij in het kader van de herzieningsprocedure op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) opnieuw de verzekeringsgeneeskundige beoordeling aan de orde wil stellen.
2.2. De Raad overweegt dat de door verzoeker gewenste hernieuwde discussie over de betrokken zaak en de juistheid van de bestreden uitspraak in de onderhavige herzieningsprocedure niet kan worden gevoerd, tenzij sprake is van één of meer feiten of omstandigheden als bedoeld in artikel 8:88, eerste lid, van de Awb.
2.3. De Raad acht echter in het verzoekschrift geen zodanig feit of zodanige omstandigheid gelegen. Ter zitting heeft gemachtigde van verzoeker desgevraagd verklaard dat er geen nieuwe, bij verzoeker vóór de bestreden uitspraak niet bekende medische informatie, afkomstig van de behandelend sector, beschikbaar is die een ander licht werpt op de medische situatie van verzoeker op de datum in geding. Daarom dient het verzoek om herziening te worden afgewezen.
3. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Wijst het verzoek om herziening af.
Deze uitspraak is gedaan door C.W.J. Schoor als voorzitter en G.J.H. Doornewaard en M.S.E. Wulffraat-van Dijk als leden, in tegenwoordigheid van M. Mostert als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 24 december 2010.
(get.) C.W.J. Schoor.
(get.) M. Mostert.
NK