ECLI:NL:CRVB:2010:BO9313
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling WW-dagloon volgens WAO-berekening
Appellant was werkzaam als algemeen medewerker en werd arbeidsongeschikt verklaard per 25 maart 2002. Het UWV kende hem een WAO-uitkering toe met een dagloon vastgesteld op € 91,08 per 24 maart 2003, waartegen appellant bezwaar maakte maar dit werd ongegrond verklaard en in rechte onaantastbaar.
Vervolgens weigerde het UWV aanvankelijk een WW-uitkering toe te kennen, maar na bezwaar werd het WW-dagloon vastgesteld op € 73,78, afgeleid van een WAO-dagloon van € 92,22. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze vaststelling ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat het besluit over het WAO-dagloon onaantastbaar was. De Raad oordeelt echter dat dit besluit inderdaad onaantastbaar is geworden en dat het WW-dagloon overeenkomstig de wettelijke regels correct is vastgesteld. Het hoger beroep wordt daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de vaststelling van het WW-dagloon bevestigd.