ECLI:NL:CRVB:2010:BO9318
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K. Zeilemaker
- Rechtspraak.nl
Bevestiging behoud hogere vergoeding woon-werkverkeer volgens overgangsrecht na overplaatsing
Appellant was werkzaam bij het kernteam Zuid-Nederland en werd per 1 januari 2005 geplaatst bij de Dienst Nationale Recherche (DNR) onder het Korps landelijke politiediensten (Klpd). Hierbij behield hij zijn oorspronkelijke vergoeding voor bovenmatige reistijd woon-werkverkeer op grond van overgangsrecht. Na een overplaatsing per 8 oktober 2007 wijzigde de reistijd, maar de nieuw berekende vergoeding volgens de Aanvullende regeling woon-werkverkeer KLPD was lager dan de oude vergoeding die appellant ontving.
Appellant vorderde een herberekening van de vergoeding waarbij de langere reistijd tussen Heerlen en Son zou worden verdisconteerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak. De Raad oordeelde dat het overgangsrecht beperkt moet worden uitgelegd en niet voorziet in een herberekening met de oude methodiek op basis van de nieuwe reisafstand.
De minister had terecht besloten dat appellant zijn hogere vergoeding behoudt zonder herberekening. De Raad vond de uitleg van de minister niet onredelijk en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant zijn hogere vergoeding behoudt en wijst het hoger beroep af.