ECLI:NL:CRVB:2010:BO9556
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.M. van de Kerkhof
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante is sinds 1998 arbeidsongeschikt verklaard wegens rugklachten en migraine en ontving een WAO-uitkering. Het UWV besloot de uitkering per 29 augustus 2007 in te trekken omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. De rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep stelde appellante dat haar beperkingen onvoldoende waren meegewogen, met name vanwege ernstige rugklachten en ongeschiktheid voor lopende bandwerkzaamheden. Zij overlegde een brief van een orthopedisch chirurg ter onderbouwing.
De Raad oordeelde dat de medische en arbeidskundige beoordeling, inclusief de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML), voldoende onderbouwd was. De geduide functies waren passend en de beperkingen ten aanzien van tillen en dragen waren adequaat meegenomen. De Raad zag geen aanleiding om het besluit te wijzigen en bevestigde de intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.