ECLI:NL:CRVB:2010:BO9687
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening AOW-pensioen wegens schuldige nalatigheid premies
Appellant, woonachtig in Turkije sinds 1992, werd bij besluiten van 26 juni 1995 schuldig nalatig verklaard voor het niet betalen van premies volksverzekeringen over 1989-1992. Dit leidde tot een AOW-pensioen met een korting van 8% wegens schuldige nalatigheid en een korting voor niet-verzekerde jaren. Diverse besluiten van de Sociale verzekeringsbank (Svb) bevestigden deze korting, waartegen appellant geen bezwaar of beroep instelde.
In 2007 verzocht appellant om herziening van deze besluiten, stellende dat hij niet nalatig was geweest. Dit verzoek werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het niet aan de Svb is om schuldige nalatigheid opnieuw te bewijzen, maar aan appellant om nieuwe feiten aan te dragen die de eerdere vaststelling weerleggen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak en oordeelt dat appellant geen nieuwe feiten heeft aangedragen die aanleiding geven tot herziening. Ook het contact met een medewerker van de Belastingdienst, aangevoerd door appellant, kon niet als nieuw feit worden beschouwd. De Raad acht geen gronden voor proceskostenveroordeling en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van het AOW-pensioen met korting wegens schuldige nalatigheid wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.