ECLI:NL:CRVB:2010:BP3470

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
8 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-3834 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T. Hoogenboom
  • C.P.M. van der Kerkhof
  • G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift per fax tijdig ingediend ondanks registratieproblemen appellant

In deze zaak heeft appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, bezwaar gemaakt tegen een besluit waarbij de uitkering van betrokkene werd verlaagd. Het bezwaar werd door appellant niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn. Betrokkene had het bezwaarschrift per fax op de laatste dag van de termijn verzonden.

De rechtbank Middelburg vernietigde het besluit van appellant en oordeelde dat het bezwaarschrift tijdig was ingediend. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. De Raad stelt vast dat het faxbericht op 2 januari 2009 naar het juiste faxnummer is verzonden en dat het verzendrapport een succesvolle verzending vermeldt.

Appellant kon niet op een geloofwaardige wijze ontkennen dat het faxbericht was ontvangen, mede omdat hij geen faxjournaal bijhoudt en faxberichten niet langer dan een maand bewaart. Dit risico komt voor rekening van appellant. De Raad ziet daarom geen reden om het besluit van appellant te handhaven en veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene.

Uitkomst: Het bezwaarschrift per fax is tijdig ingediend en het besluit van appellant dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde wordt vernietigd.

Uitspraak

P R O C E S - V E R B A A L
van de mondelinge uitspraak van de
CENTRALE RAAD VAN BEROEP
meervoudige kamer
Datum: 8 december 2010
Aanvang: 12.45 uur
Zitting hebben: T. Hoogenboom als voorzitter en C.P.M. van de Kerkhof en G.P.A.M. Garvelink-Jonkers, als leden.
Griffier: T.J. van der Torn.
7e zaak, reg.nr.: 10/3834 WAO
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna appellant), vertegenwoordigd door drs. M. Wiertz,
tegen
[Betrokkene] wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene), verschenen met bijstand van mr. P.W. Bakkum, advocaat.
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Middelburg van 27 mei 2010, 09/491 (hierna: aangevallen uitspraak). In die uitspraak heeft de rechtbank het besluit van appellant van 12 mei 2009 vernietigd. Voorts heeft zij appellant opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar uitspraak.
In het besluit van 12 mei 2009 heeft appellant het bezwaar van betrokkene tegen het besluit van appellant 20 november 2008, verzonden op dezelfde datum, niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare overschrijding van de wettelijke bezwaartermijn. Bij het besluit van 20 november 2008 had appellant per 15 januari 2009 betrokkenes uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering verlaagd.
Namens betrokkene is een verweerschrift ingediend.
Het geding is vandaag ter zitting behandeld.
II. OVERWEGINGEN
1. Met juistheid heeft de rechtbank overwogen dat volgens vaste jurisprudentie van de Raad het indienen van een bezwaarschrift door middel van een faxbericht op zichzelf is aan te merken als een toelaatbare wijze van verzending. De aan deze wijze van verzending verbonden risico's dienen voor rekening van de verzender te komen. Dit brengt mee dat als door de geadresseerde wordt gesteld dat het verzonden stuk niet is ontvangen, het op de weg van de verzender ligt de verzending aannemelijk te maken. Indien de verzender de verzending aannemelijk heeft gemaakt, ligt het op de weg van de geadresseerde om de ontvangst van een faxbericht op een niet ongeloofwaardige wijze te ontkennen (CRvB 7 februari 2007, LJN BA0213).
2. Terecht heeft de rechtbank geoordeeld dat betrokkene de verzending van het bezwaarschrift per fax op 2 januari 2009 voldoende aannemelijk heeft gemaakt. Blijkens het door betrokkene overgelegde verzendjournaal is dit faxbericht op die datum naar het juiste faxnummer verzonden en blijkt uit de mededeling op het verzendrapport "verzending OK" dat het bericht daadwerkelijk is gestuurd. Met de rechtbank heeft de Raad geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van het desbetreffende verzendjournaal.
3. Terecht heeft vervolgens de rechtbank nagegaan of appellant de ontvangst van een faxbericht van betrokkene van 2 januari 2009 op een niet ongeloofwaardige wijze heeft ontkend. Met de rechtbank acht de Raad het ontoereikend dat bij appellant die handelingen zijn verricht die, zoals blijkt uit de door appellant in hoger beroep overlegde stukken, normaal na ontvangst van een bezwaarschrift worden verricht. Het interne onderzoek van appellant levert dus niet een niet ongeloofwaardige ontkenning op. Dat appellant geen faxjournaal onderhoudt, de door hem ontvangen faxberichten niet langer dan een maand in elektronische vorm bewaart en bij mogelijk nadien gerezen twijfel dus niet in staat is een deugdelijke registratie van ontvangsten te overleggen, dient voor zijn risico te komen.
4. Gezien dit oordeel van de Raad komt hij niet toe aan de overige stellingen van appellant zoals die met betrekking tot het risico dat betrokkene heeft genomen met de door hem gekozen werkwijze om uitsluitend per fax en laat op de laatste dag van de bezwaartermijn het bezwaarschrift naar appellant te sturen en die welke betrekking heeft op het laat informeren door betrokkene naar de afwikkeling van het bezwaarschrift.
5. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
6. Appellant zal worden veroordeeld in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van
€ 874,- aan kosten van rechtsbijstand in hoger beroep.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak;
Veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 874,-;
Bepaalt dat van appellant een griffierecht van € 448,-, wordt geheven.
Waarvan proces-verbaal.
Utrecht, 8 december 2010
(get.) T. Hoogenboom.
(get.) T.J. van der Torn.
NK