ECLI:NL:CRVB:2011:1299
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging opschorting bijstand wegens niet tijdig inleveren inkomstenverklaring en langdurig verblijf buitenland
Appellante ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en heeft toestemming gekregen om tijdelijk in het buitenland te verblijven. Het College heeft haar bijstand opgeschort omdat zij haar inkomstenverklaring over december 2007 niet tijdig had ingeleverd. Hoewel zij zich later alsnog heeft gemeld, was het College bevoegd tot opschorting vanwege het verzuim.
Daarnaast verbleef appellante van 29 september 2007 tot en met 29 januari 2008 in Pakistan, langer dan de toegestane periode van 13 weken. Het College weigerde bijstand voor de periode dat zij onrechtmatig in het buitenland verbleef. Appellante stelde dat zij door overmacht, veroorzaakt door een tijdelijke sluiting van het vliegveld na een onrustige situatie, langer moest blijven en dat er sprake was van een acute noodsituatie.
De Raad oordeelt echter dat onvoldoende is aangetoond dat er sprake was van een acute noodsituatie die het verlenen van bijstand rechtvaardigt. Ook is niet aannemelijk dat appellante hierdoor in behoeftige omstandigheden is gekomen die niet op andere wijze konden worden verholpen. Daarom wordt het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de opschorting van bijstand bevestigd.