ECLI:NL:CRVB:2011:BP1259

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
4 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
08-3930 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N.J. van Vulpen-Grootjans
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens ontbreken procesbelang in bijstandszaak

Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand en werd door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam verplicht om breed te solliciteren. Het College verklaarde een bezwaar tegen dit besluit ongegrond en verleende tijdelijk vrijstelling van sollicitatieplicht. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het bezwaarbesluit niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang. Appellant ging in hoger beroep tegen deze niet-ontvankelijkverklaring.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het hoger beroep zich uitsluitend richtte tegen de niet-ontvankelijkverklaring. De Raad vond geen aanleiding om af te wijken van het oordeel van de rechtbank en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Hiermee blijft het besluit van het College ongewijzigd en is het beroep van appellant niet ontvankelijk verklaard vanwege het ontbreken van een voldoende belang bij het beroep.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep wordt bevestigd wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

08/3930 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 9 juni 2008, 07/2490 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: College)
Datum uitspraak: 4 januari 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. H. Stoppelenburg, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het College heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 7 december 2010. Voor appellant is verschenen mr. B.B.A. Willering, advocaat te Amsterdam. Het College heeft zich niet laten vertegenwoordigen.
II. OVERWEGINGEN
1. De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1. Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand naar de norm voor gehuwden. Bij besluit van 29 januari 2007 heeft het College - voor zover hier van belang - aan appellant meegedeeld dat hij in het kader van zijn arbeidsverplichtingen zo breed mogelijk moet solliciteren, naar alle soorten werk die hij aankan.
1.2. Bij besluit van 8 mei 2008 heeft het College het bezwaar tegen het besluit van 29 januari 2007 ongegrond verklaard.
1.3. Hangende het door appellant bij de rechtbank tegen het besluit van 8 mei 2008 ingestelde beroep heeft het College bij besluit van 17 april 2008 appellant vrijstelling verleend van zijn sollicitatieplicht tot 17 oktober 2008.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het besluit van 8 mei 2008 niet-ontvankelijk verklaard wegens - kort samengevat - het ontbreken van procesbelang. Blijkens de overwegingen van de uitspraak heeft de rechtbank geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht.
3. Appellant heeft zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak gekeerd.
4. De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1. De gemachtigde van appellant heeft ter zitting verklaard dat het hoger beroep uitsluitend is gericht tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep tegen het besluit van 8 mei 2008.
4.2. Hetgeen appellant tegen de aangevallen uitspraak heeft aangevoerd, heeft de Raad niet tot een ander oordeel gebracht dan waartoe de rechtbank is gekomen. De Raad verenigt zich met de overwegingen van de rechtbank waarop dat oordeel berust en verwijst daarnaar.
4.3. Gelet op het voorgaande slaagt het hoger beroep niet. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
5. De Raad ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door N.J. van Vulpen-Grootjans, in tegenwoordigheid van N.M. van Gorkum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 4 januari 2011.
(get.) N.J. van Vulpen-Grootjans.
(get.) N.M. van Gorkum.
JvS