ECLI:NL:CRVB:2011:BP1446

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
19 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10-1345 WIA
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.J. van der Vos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging wijziging maatmaninkomen en dagloon bij gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV waarbij het maatmaninkomen en dagloon zijn gewijzigd in het kader van een loongerelateerde uitkering voor gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid. De rechtbank Amsterdam had het beroep van appellant ongegrond verklaard en het medisch oordeel van de verzekeringsarts onderschreven.

In hoger beroep herhaalt appellant zijn bezwaren, met name dat zijn schouderklachten onvoldoende zijn betrokken bij de vaststelling van zijn belastbaarheid en dat de geduide functies medisch ongeschikt zouden zijn. De Raad heeft deze gronden beoordeeld en geen nieuwe aanknopingspunten gevonden om het oordeel van de rechtbank te wijzigen.

De Raad sluit zich aan bij de uitvoerige motivering van de rechtbank en bevestigt dat de functies medisch geschikt zijn gelet op de vastgestelde beperkingen. Er zijn geen gronden voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank, waarbij het maatmaninkomen en dagloon zijn gewijzigd.

Uitspraak

10/1345 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 21 januari 2010, 08/1232 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 19 januari 2011
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. K. de Bie, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 december 2010, waar appellant is verschenen bij mr. De Bie, voornoemd. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door drs. J.P.A. Loogman.
II. OVERWEGINGEN
1.1. Voor een overzicht van de in dit geding relevante feiten en omstandigheden verwijst de Raad naar de aangevallen uitspraak. De Raad volstaat hier met het volgende.
1.2. Bij besluit van 16 oktober 2007 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant van 11 oktober 2007 tot 11 oktober 2012 ingevolge de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen recht heeft op een loongerelateerde uitkering in verband met werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten.
1.3. Bij besluit van 6 maart 2008 (hierna: het bestreden besluit) heeft het Uwv het bezwaar van appellant tegen het besluit van 16 oktober 2007 gegrond verklaard, in zoverre dat het maatmaninkomen en het dagloon is gewijzigd. Voor het overige is het besluit van 16 oktober 2007 gehandhaafd.
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De rechtbank heeft daarbij het medisch oordeel van de (bezwaar)verzekeringsarts onderschreven en heeft voorts geoordeeld dat appellant in staat moest worden geacht de geduide functies te vervullen.
3. Appellant herhaalt in hoger beroep zijn in beroep aangevoerde gronden dat zijn schouderklachten ten onrechte niet zijn betrokken bij de vaststelling van zijn belastbaarheid en dat de geduide functies in medisch opzicht ongeschikt zijn.
4.1. De Raad heeft in hetgeen appellant in hoger beroep heeft aangevoerd - hetgeen grotendeels neerkomt op een herhaling van de reeds eerder aangevoerde gronden - geen aanknopingspunten gevonden om tot een ander oordeel te komen dan de rechtbank. In de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank uitvoerig gemotiveerd waarom zij de medische grondslag van het bestreden besluit heeft onderschreven. De Raad kan zich met de overwegingen en het daarop gegronde oordeel van de rechtbank ten volle verenigen en maakt die overwegingen en dat oordeel tot de zijne. Wezenlijk nieuwe gezichtspunten zijn niet naar voren gebracht.
4.2. Uitgaande van de juistheid van de met betrekking tot appellant vastgestelde medische beperkingen is de Raad voorts met de rechtbank van oordeel dat de functies die aan de schatting ten grondslag liggen, gelet op de daaraan verbonden belastende aspecten, als voor appellant in medisch opzicht geschikt dienen te worden aangemerkt
4.3. Uit het vorenstaande volgt dat de aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
5. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door D.J. van der Vos, in tegenwoordigheid van N.S.A. El Hana als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 januari 2011.
(get.) D.J. van der Vos.
(get.) N.S.A. El Hana.
NK