ECLI:NL:CRVB:2011:BP1938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Herziening WAZ-uitkering wegens ontoereikende arbeidskundige grondslag
Appellant, voormalig directeur-grootaandeelhouder, kreeg een WAZ-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2007 stelde het UWV dat appellant geschikt was voor bepaalde functies met een beperkte arbeidsduur van 6 uur per dag. De uitkering werd daarop aangepast, maar appellant maakte bezwaar tegen de gekozen functies en de onderliggende arbeidskundige beoordeling.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar in hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de functies waarop de schatting was gebaseerd niet in een parttime variant van 6 uur per dag beschikbaar zijn volgens het CBBS en bevestigde het UWV dit ook. Hierdoor was de arbeidskundige grondslag ontoereikend en konden de besluiten niet gehandhaafd blijven.
De Raad vernietigde de bestreden besluiten en herroept het oorspronkelijke besluit van 23 januari 2008. De medische gronden werden niet inhoudelijk beoordeeld omdat de arbeidskundige tekortkomingen doorslaggevend waren. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van het UWV en herroept het oorspronkelijke besluit over de WAZ-uitkering wegens ontoereikende arbeidskundige grondslag.