ECLI:NL:CRVB:2011:BP2007

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
20 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09-5055 AW
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • K. Zeilemaker
  • J.Th. Wolleswinkel
  • D.A.C. Slump
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag van een muziekdocent bij de Muziekschool Westerkwartier en de rechtsgeldigheid van het ontslagbesluit

In deze zaak gaat het om het hoger beroep van een appellant die als muziekdocent werkzaam was bij de Muziekschool Westerkwartier. De Centrale Raad van Beroep heeft op 20 januari 2011 uitspraak gedaan over het ontslag van de appellant, dat per 1 januari 2008 inging. Het ontslag was het gevolg van de opheffing van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) en de stichting, waar de appellant werkzaam was. De Raad heeft vastgesteld dat het ontslagbesluit en het bestreden besluit in overeenstemming zijn genomen met de relevante artikelen van de GR, en dat deze correct zijn ondertekend door het dagelijks bestuur van de Muziekschool.

De appellant was het niet eens met het verlies van zijn ambtelijke status en stelde dat hij hierdoor in een financieel ongunstiger positie kwam. De Raad oordeelde echter dat dit het ontslag niet onrechtmatig maakte. De opheffing van de GR werd als een politiek besluit aanvaard. Bovendien was er in het Sociaal Plan Muziekschool Westerkwartier voorzien in flankerend beleid om de gevolgen van het ontslag voor de betrokken ambtenaren te verzachten, maar de appellant had hiervan geen gebruik gemaakt.

De rechtbank Groningen had eerder het beroep van de appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. De Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak en oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het ontslag op goede gronden was verleend. De Raad zag geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak werd openbaar uitgesproken op 20 januari 2011.

Uitspraak

09/5055 AW
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[appellant], wonende te [woonplaats], (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 14 juli 2009, 08/532 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
het Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Muziekschool Westerkwartier (hierna: bestuur)
Datum uitspraak: 20 januari 2011
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
Het geding is ter behandeling aan de orde gesteld op de zitting van 9 december 2010.
Partijen zijn, zoals tevoren meegedeeld, niet verschenen.
II. OVERWEGINGEN
1. Appellant was als muziekdocent werkzaam bij de Muziekschool Westerkwartier.
De muziekschool is een Gemeenschappelijke Regeling (GR) van de gemeenten Leek, Zuidhorn, Marum en Grootegast met als doel het verzorgen van muziek- en dansonderwijs in de deelnemende gemeenten. Appellant was aldus voor 9,67 uur per week in ambtelijke dienst. Naast de GR is een stichting Muziekschool Westerkwartier in het leven geroepen, waarin ook een deel van de docenten is tewerkgesteld.
1.1. Medio 2007 is besloten tot opheffing van de GR en van de stichting. Zowel de docenten aangesteld bij de GR als die bij de stichting kregen per 1 januari 2008 ontslag. Dat gold ook voor appellant, die bij besluit van 25 september 2007 op grond van de toepasselijke Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling en Uitwerkingsovereenkomst (CAR/UWO) door het bestuur ontslag werd verleend met ingang van 1 januari 2008. Dit besluit is na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 23 juni 2008 (bestreden besluit).
2. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het tegen het bestreden besluit ingestelde beroep van appellant ongegrond verklaard.
3. Appellant heeft in hoger beroep zijn beroepsgronden in eerste aanleg herhaald. Het bestuur heeft zich achter de aangevallen uitspraak geschaard.
4.1. Wat betreft de vraag of het ontslagbesluit bevoegd is genomen is de Raad van oordeel dat daarvoor niet het handelsregister van de Kamer van Koophandel voor Noord-Nederland bepalend is maar de GR. Appellant is immers voor zover het zijn ambtelijke dienstbetrekking betreft niet ontslagen door het bestuur van de stichting. De Raad stelt vast dat het ontslagbesluit en het bestreden besluit in overeenstemming met het bepaalde in artikel 31, derde lid, van de GR zijn genomen door het (dagelijks) bestuur van de Muziekschool en dat de besluiten volgens het bepaalde in de artikelen 14 en 15 van de GR correct zijn ondertekend.
4.2. Vast staat verder dat appellants betrekking werd opgeheven, zodat, gelijk de rechtbank terecht overwoog, appellant op goede gronden ontslag is verleend met toepassing van artikel 8:4 van de CAR/UWO (oud).
4.3. Met betrekking tot de gronden van appellant die zien op de beweerdelijke onzorgvuldige totstandkoming van het ontslag verwijst de Raad naar hetgeen de rechtbank daarover heeft overwogen. Aan het ontslag is een uitvoering traject van overleg voorafgegaan en appellant is ook individueel benaderd om over de gevolgen van de opheffing van zijn betrekking te spreken. Appellant heeft dus voldoende gelegenheid gehad om zijn zienswijze naar voren te brengen.
4.4. Dat appellant het niet eens is met het verlies van zijn ambtelijke status en als gevolg daarvan naar zijn zeggen in een financieel ongunstiger positie komt te verkeren, maakt het ontslag niet onrechtmatig. De opheffing van de GR is een politiek besluit, dat de Raad als een gegeven aanvaardt. In het Sociaal Plan Muziekschool Westerkwartier is vervolgens voorzien in flankerend beleid dat de gevolgen van het ontslag voor de betrokken ambtenaren (en werknemers) moet verzachten. Dat appellant daarvan geen gebruik heeft gemaakt komt voor zijn rekening.
5. De Raad is van oordeel dat de rechtbank het bestreden besluit terecht in stand heeft gelaten. De aangevallen uitspraak wordt dan ook bevestigd. Voor een veroordeling in de proceskosten ziet de Raad geen aanleiding.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak, voorzover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door K. Zeilemaker als voorzitter en J.Th. Wolleswinkel en D.A.C. Slump als leden, in tegenwoordigheid van B. Bekkers als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 20 januari 2011.
(get.) K. Zeilemaker.
(get.) B. Bekkers.
RB